In hoger beroep beslist het hof in Den Bosch dat een belastingplichtige er niet in geslaagd is te bewijzen dat hij minder dan 500 kilometer
voor privédoeleinden heeft gereden. De 25% bijtelling is terecht toegepast. De door de belastinginspecteur opgelegde vergrijpboete van 50% is echter onterecht.De belastingplichtige heeft over 2001 aangifte inkomstenbelasting gedaan, waarin € 118 is aangegeven voor het privégebruik auto van de door zijn werkgever ter beschikking gestelde auto. Het privégebruik is volgens hem 436 km.
Rittenregistratie
Op verzoek van de inspecteur heeft de belastingplichtige een uitdraai van de rittenregistratie verstrekt met daarin een overzicht van de gewerkte dagen, begin- en eindstand per traject, plaats van bestemming, omweg, zakelijk of privékarakter van de rit en de totalen. Ook heeft hij overzichten verstrekt van tankbeurten en agendagegevens.
Navorderingsaanslag
In geschil zijn de navorderingsaanslag waarbij het privé-gebruik van de auto is vastgesteld op 25% van de catalogusprijs van de auto en de door de inspecteur opgelegde vergrijpboete van 50%. Volgens de Rechtbank te Breda is de 25% bijtelling terecht toegepast, maar de boete is niet terecht. De belastingplichtige gaat in hoger beroep tegen de bijtelling en de inspecteur stelt incidenteel hoger beroep in tegen de vernietiging van de boetebeschikking.
25% bijtelling
Het hof oordeelt dat de belastingplichtige geen afdoende verklaring heeft voor het grillige brandstofverbruik en het ontbreken van aansluiting tussen de rittenregistratie en zijn agenda. Hij slaagt niet in de bewijslast dat hij minder dan 500 kilometer met de auto privé heeft gereden. De bijtelling van 25% is dus terecht .
Geen opzet of grove schuld
Er kan de belastingplichtige, volgens het hof, geen opzet of grove schuld worden verweten. De belastingplichtige verklaart dat hij geen opzet had om de fiscus onjuiste informatie te verstrekken. Hij zag gewoon geen reden om zijn methode van registreren te wijzigen nu de fiscus al jaren daarvoor zijn aangiften steeds volgde zodat hij bij uitblijven van op- of aanmerkingen over zijn rittenregistratie ervan mocht uitgaan dat zijn wijze van registreren niet ter discussie stond. Deze verklaring wordt door de inspecteur niet betwist.
De inspecteur maakt echter niet aannemelijk dat het werkelijke aantal privé-km’s absoluut en relatief veel meer is dan de belastingplichtige heeft aangegeven. De opgelegde vergrijpboete is dan ook niet terecht.
Bron: Pleinplus
| < Vorige | Volgende > |
|---|
Nieuws