Een buitenlandse en een Nederlandse vennootschap, een buitenlandse auto, en werkzaamheden voor beide vennootschappen door een inwoner van Duitsland: hoe pakt dat uit voor de bijtelling?
Bovenbedoelde situatie deed zich recent voor bij Gerechtshof Den Bosch. Het ging om een inwoner van Duitsland, die in Nederland buitenlands belastingplichtig was, met name voor zijn salaris dat hij in Nederland verdiende.
Deze heer werkte zowel in Nederland voor een B.V. waarvan hij 20% van de aandelen had, als voor een Duitse GmbH waarvan de B.V. 80% van de aandelen had. Zijn salaris verdiende deze directeur grotendeels bij de Nederlandse B.V.
Een kilometeradministratie was niet aanwezig, zodat de bijtelling in principe van toepassing is. De vraag is echter of deze bijtelling aan de Nederlandse of aan de Duitse werkzaamheden moet worden toegerekend, en in welke verhouding.
De rechters komen op basis van een passage in een overeenkomst tussen beide vennootschappen tot de conclusie dat de auto mede door de Nederlandse B.V. ter beschikking is gesteld. In die overeenkomst is namelijk bepaald dat de GmbH de auto aan de B.V. ter beschikking zal stellen en dat dit zal worden afgerekend op basis van de kilometers die belanghebbende met de auto rijdt.
Op grond van eerdere uitspraken wordt de bijtelling dan toegerekend aan beide arbeidsverhoudingen, waarbij de verdeling wordt gebaseerd op het salaris van ieder van beide werkgevers. Dat was naar het oordeel van de rechters ook hier de juiste oplossing.
De directeur voerde nog aan dat hij door een chauffeur werd gereden, maar dat neemt volgens de rechter niet weg dat de bijtelling van toepassing is. Ook voerde hij nog aan dat de auto ook door anderen werd gebruikt. Daar waren echter geen schriftelijke stukken van. De bijtelling kon in dit geval daarom niet pro rata over meerdere personen worden verdeeld.
bron: Auto en Fiscus
Nieuws